Een overzicht van de geschillen tussen de VS en Europa over de jaren heen laat zien dat er herhaaldelijk spanningen zijn ontstaan, vooral sinds de Tweede Wereldoorlog. Deze conflicten leidden soms tot diplomatieke crises over de Atlantische Oceaan. Hieronder worden enkele van de meest opvallende voorbeelden besproken.
Suez Crisis
In 1956 voerden Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Israël een invasie uit in Egypte, met als doel president Gamal Abdel Nasser ten val te brengen en de controle over het Suezkanaal terug te krijgen. De Verenigde Staten gebruikten zware diplomatieke en economische druk om de aanval te stoppen. Deze interventie verergerde de betrekkingen met Londen en Parijs, die destijds belangrijke bondgenoten waren tijdens de Koude Oorlog. Het markeerde ook een keerpunt, waarin de invloed van Europa na de oorlog afnam.
Vietnamoorlog
Hoewel vrijwel alle Europese landen behalve Frankrijk diplomatiek hun steun gaven aan de VS, weigerden ze militairen te sturen. Protesten op straat tegen de oorlog kostten de Europese regeringen politiek, omdat ze hun steun aan Washington moesten combineren met een afname van hun publieke populariteit. Dit had negatieve effecten op de trans-Atlantische relaties en bracht politieke spanning met zich mee.
Euromissile Crisis
De inzet door Rusland van nieuwe SS-20 raketten, die snel doelen in West-Europa konden raken, dwong de NAVO om Amerikaanse Pershing-nucleair getinte ballistische en kruisschepen in Europa te plaatsen. Deze stap leidde tot felle protesten en angst voor een nieuw wapenwedloop. In de jaren 1980 vulden massale anti-nucleaire demonstraties de straten van Europese hoofdsteden, waarbij vaak vooral de Verenigde Staten het mikpunt waren.
Invasie van Irak
De Amerikaanse inval in Irak in 2003 veroorzaakte een grote diplomatieke crisis, met name omdat Frankrijk en Duitsland weigerden de aanval op het regime van Saddam Hussein te ondersteunen. Washington sprak hen uit als „Oude Europa“ en prees Oost-Europese landen als „Nieuwe Europa“. Deze woorden vergemderden de verdere spanningen binnen de trans-Atlantische relatie.
Extrajudiciële overdracht
Als onderdeel van de „oorlog tegen het terrorisme“ arresteerde en ontvoerde de VS verdachten, waarna zij werden overgebracht naar landen waar ze ondervraagd en vaak gemarteld werden, buiten de jurisdictie van Amerikaanse wetten. Hoewel sommige Europese regeringen medeplichtig waren, leidde publieke verontwaardiging tot kritiek en veroordeling van deze praktijken.
Oorlog in Oekraïne
Toen president Donald Trump in januari 2025 terugkeerde in het Witte Huis, draaide hij de Amerikaanse koers in de Russia-Ukraine oorlog om. Hij sprak positief over Vladimir Putin, was afstandelijk ten opzichte van president Zelenskyy en verminderde de militaire hulp aan Kiev. Europese leiders, die hun eigen veiligheid bedreigd zagen, drongen erop aan dat Trump zich aan de zijde van Oekraïne zou blijven houden.
Nationale Veiligheidsstrategie
In december 2024 stelde de Trump-administratie een nieuwe nationale veiligheidsstrategie op, waarin Europese bondgenoten als zwak werden afgeschilderd. Het document uitte ernstige kritiek op hun migratiebeleid en vrije meningsuiting, waarschuwde voor het „verloren gaan van beschavingen“ en twijfelde aan hun betrouwbaarheid als partners op lange termijn.
Handelstarieven
In een periode van verslechterende betrekkingen dreigde Trump in juli met hoge handelsbelastingen op Europa. Hij kondigde eerst een tarief van 30% aan op goederen uit de Europese Unie, de grootste handelspartner van de VS. Later kwamen beide partijen overeen om een handelsakkoord te sluiten met een tarief van 15% op de meeste goederen, maar de onderliggende spanningen bleven bestaan.


