Europees nieuws

Hoe de Crow-stam het bloedquantaal wil hervormen en het lidmaatschap wil vergroten

De voorgestelde verandering in het lidmaatschap van de Crow-stam

Een voorstel van de voorzitter van de Crow-stam zou de manier waarop lidmaatschapsstatus wordt bepaald aanzienlijk kunnen veranderen, gebaseerd op het zogenaamde “bloedquantaal,” een concept dat is ontstaan door blanke kolonisten en geïnspireerd is door assimilatiepolitiek. Bloedquantaal verwijst naar de fractie van tribal affiliation in iemands voorouderlijke afstamming. Het wordt als essentieel voor iemands identiteit beschouwd en is omstreden.

Volgens het huidige beleid moet iemand minimaal voor een kwart delen in de Crow-indianenbloedlijn om lid te kunnen worden van de Crow-stam. De nieuwe wetgeving, voorgesteld door voorzitter Frank Whiteclay, zou bepalen dat alle huidige leden beschouwd worden als 100% Crow-bloed. Dit zou niet alleen de levens veranderen van de 14.289 ingeschreven leden, maar zou ook kunnen leiden tot een groter aantal afstammelingen die in aanmerking komen voor lidmaatschap en toegang tot stamvoorzieningen.

Rol van bloedquantaal in stamrechten en maatschappelijke status

In veel stammen in het hele land wordt bloedquantaal gebruikt om te bepalen wie recht heeft op burgerrechten. Aan een ingeschreven stamburger kunnen bepaalde gezondheidszorgdiensten worden toegestaan, en het bepaalt ook of ze mogen stemmen bij stamverkiezingen, in aanmerking komen voor studiebeurzen, of bepaalde landerijen erven. Daarnaast beïnvloedt het stamburgerschap het gevoel van verbondenheid binnen de gemeenschap.

Volgens Whiteclay zal de nieuwe wetgeving de hele reservering ingrijpend beïnvloeden. Experten stellen dat stammen binnenkort met de beperkingen van bloedquantaal geconfronteerd zullen worden. Een artikel in de California Law Review waarschuwt dat deze beperkingen de toekomst van inheemse naties kunnen bedreigen, omdat een natie niet zonder burgers kan bestaan.

De critici en de vraag naar de validiteit van bloedquantaal

Jill Doerfler, hoofd van de afdeling Amerikaans-Indiaanse studies aan de Universiteit van Minnesota Duluth, stelt dat elke stam die gebruikmaakt van bloedquantaal “een vervaldatum heeft”. Ze voegt eraan toe dat het gebruik van bloedquantaal bedoeld is om de tijd te resetten, niet om te stoppen, maar wel om de klok op nul te zetten zodra iedereen voor driekwart of meer stamgebonden is.

Levi Black Eagle, secretaris van de stam, bevestigde dat het concept van de voorgestelde wetgeving aan de 18-koppige stamlegeerder werd gestuurd en dat het besproken zal worden tijdens de vergadering in januari. Indien de meerderheid stemt voor de wet, keert het terug naar de voorzitter, die het wetstekst kan ondertekenen en daarmee in werking laten treden.

Black Eagle erkent dat deze wet niet ideaal is, maar dat het wel een manier biedt om te profiteren van de soevereiniteit van de stam binnen het systeem dat de Amerikaanse regering voorschrijft. Het streven is om het lidmaatschap te behouden te midden van de afname van stamleden.

De achtergrond en historie van bloedquantaal bij inheemse volkeren

Het gebruik van bloedquantaal dateert uit de 18e eeuw in Virginia, waar het de rechten beperkte van mensen die meer dan 50% Native American werden geacht te zijn. Van 1887 tot 1934 verdeelde de federale overheid reservatieland onder inheemse leden op basis van bloedquantaal, met het doel dat privébezit en assimilatie het in Indianen zouden integreren. Na de Indian Reorganization Act van 1934 begonnen stammen zelf bloedquantaal als kwalificatie voor burgerrechten te gebruiken.

De methoden voor het bepalen van bloedquantaal verschilden per stam. Zo baseerde de Bureau of Indian Affairs haar berekeningen op volkstellingslijsten, die vaak onnauwkeurig waren. Doerfler wijst erop dat sommige stammen, zoals de White Earth Nation in Minnesota, bloedquantaal vaststelden op basis van antropologisch onderzoek, zoals metingen van schedels en haaranalyses. Volgens haar is dit proces inherent feilbaar en kunnen biologische broers en zussen bijvoorbeeld aanzienlijk verschillende bloedquantaal tonen.

Historisch gezien hielden stammen niet vast aan bloedverwantschap als criterium voor lidmaatschap; eerder werden mensen opgenomen op basis van woonplaats, familieverbanden of andere gemeenschapsgebonden factoren. Identiteit wordt volgens haar niet passend gemeten via bloedquantaal.

Doerfler vergelijkt het concept met het vragen naar de “bloedlijn” van een huisdier of paard, wat volgens haar geen passende maatstaf is voor menselijke identiteit. Arbeidskrachten of stemrecht worden niet bepaald op basis van biologie, en ze benadrukt dat mensen geen dieren zijn.

De controverse rond bloedquantaal en maatschappelijke gevolgen

De aanvankelijke publieke steun voor Whiteclay’s voorstel op sociale media toont dat het onderwerp gevoelig ligt. Critici waarschuwen dat verruimde eisen voor lidmaatschap kunnen leiden tot meer mensen die strijden om schaarse middelen binnen het federale systeem.

Whiteclay benadrukt dat de verandering niet alleen hem, maar de stam als geheel ten goede moet komen. Hij stelt dat het concept van bloedquantaal vaak wordt geassocieerd met negatieve vooroordelen, waarbij sommigen het zien als een manier om de stam te benadelen of te beperken, terwijl anderen meer stemrecht en invloed zien als voordelen.

Het historische gebruik en de beperkingen van bloedquantaal

De eerste praktijk van bloedquantaal begon in Virginia in de 18e eeuw, waar het bepaalde dat mensen met meer dan 50% Native American-bloed bepaalde rechten verloren. Tussen 1887 en 1934 verdeelde de Amerikaanse overheid reservatieland op basis van bloedquantaal, in de hoop dat privaat bezit en assimilatie zouden helpen. Vanaf 1934 heeft de Indian Reorganization Act stammen ertoe aangezet bloedquantaal als kwalificatie voor burgerschap te gebruiken.

De methoden voor het bepalen van bloedquantaal varieerden sterk. Sommige stammen lieten zich onderzoeken door antropologen, die schedels en haar analyseerden, vaak op onnauwkeurige wijze. Dit leidt tot odditeiten zoals biologische broers en zussen met uiteenlopende bloedquantaal. Volgens Doerfler is het meten van bloedquantaal op zich niet betrouwbaar omdat er geen eenduidige test bestaat waarmee dat nauwkeurig kan worden vastgesteld.

Historisch werden stamleden niet uitsluitend op basis van genetisch afstemmen geselecteerd. In plaats daarvan werden personen opgenomen op basis van gemeenschapsrelaties, woonplaatsen en andere criteria. Ze benadrukt dat de menselijke identiteit complexer is dan het bloed dat men heeft.

Spread the love