Incident met huisarrest zonder rechtsgrond
Volgens ChongLy “Scott” Thao, een Amerikaan van Vietnamese afkomst, zijn federale immigratieagenten op geweldloze wijze zijn huis in Minnesota binnengekomen zonder het tonen van een bevelschrift. Thao verklaart dat de agenten zijn deur forceerden, met getrokken wapens binnenvielen en hem in zijn ondergoed naar buiten leidden bij extreem lage temperaturen.
Details van de gebeurtenis
Thao, die al decennialang burger is, zegt dat hij tijdens een middagslaapje door zijn schoonfamilie werd gewekt door luid geklop aan de deur. Zijn schoonfamilie herinnerde hem eraan dat agents in burger aan het kloppen waren. Toen hij niet opende, forceerden de agenten zonder waarschuwing hun weg naar binnen, braken de deur open en richtten hun wapens op de familie, terwijl ze schreeuwden. Thao meldt dat hij zich hevig schudde en dat er geen bevelschrift werd getoond, alleen maar brute kracht.
Reactie op de operatie en publieke controverse
De operatie maakt deel uit van een grote actie door immigratiediensten in de regio, die eerder dit jaar al tot verontwaardiging leidde door procedures zonder warrant en confrontaties met protesteerders. Lokale leiders en inwoners spreken zich uit tegen de wijze waarop de arrestaties worden uitgevoerd, vooral vanwege de agressieve aanpak en de incidenten waarbij burgers op straat werden gezet in ondergoed, in koude weersomstandigheden.
Getuigenissen en videobeelden
Thao beschrijft dat, toen hij werd meegenomen, hij zijn identiteitsbewijs wilde vinden, maar door de agenten werd geweigerd. Hij werd in handboeien uit zijn huis geleid, zogenaamd in verband met een operatie gericht op twee veroordeelde zedendaders. Tijdens het transport en de daaropvolgende handelingen waren er videobeelden waarop te zien is dat hij in zijn ondergoed en slippers werd meegenomen in de kou, terwijl omstanders fluit- en claxongeluiden maakten ter ondersteuning en protesteerden tegen de acties van de agenten.
Beschrijving van de operatie door DHS
Het Amerikaanse Department of Homeland Security (DHS) stelde dat de actie gericht was op het arresteren van twee veroordeelde zedendaders die op de locatie zouden verblijven. Volgens het DHS zou Thao zich hebben geweigerd te laten identificeren en overeenkomen met de beschrijving van de doelwitten. Thao’s familie stelt dat hiervan geen sprake is en dat zij dit ontkennen. Ze benadrukken dat Thao en zijn familie niet voorkomen in het sex offender-register van Minnesota en dat de dichtstbijzijnde geregistreerde persoon ruim twee blokken verderop woont.
Relatie van Thao met het verleden en de rechtszaak
De familie uit haar ongenoegen over de behandeling van Thao, vooral gezien zijn achtergrond. Zijn moeder vluchtte in de jaren zeventig uit Laos nadat ze had gesteund bij Amerikaanse geheime operaties tijdens de zogenaamde “Secret War” tegen de communisten. Zijn adoptievader, Choua Thao, was een verpleegster die Hmong-soldaten behandelde, ondersteund door de CIA, voordat ze in december overleed. Thao geeft aan dat hij van plan is om een civiele rechtszaak aan te spannen tegen DHS wegens de schendingen van zijn rechten en dat hij zich niet veilig voelt om in zijn huis te blijven slapen, omdat hij niet begrijpt wat hij verkeerd heeft gedaan.
Verontwaardiging en maatschappelijke implicaties
De acties van de immigratiediensten roepen bredere vragen op over de rechten van burgers en de legitimiteit van huiszoekingen zonder bevel. Critici wijzen op het gebrek aan transparantie en de mogelijk overmatige inzet van geweld, evenals de impact op de gemeenschap, met name de Vietnamese en Hmong-communities in Minnesota. De zaak krijgt aandacht voor de kwetsbaarheid van burgerrechten in het kader van nationale immigratiebeleid en veiligheidsoperaties.



