Inleiding en achtergrond van de zaak
Op 3 december 2025 verschenen verschillende prominente figuren in de federale rechtbank in Charlotte, North Carolina, in verband met een lopende rechtszaak tegen NASCAR. Onder de aanwezigen waren NASCAR-voorzitter Jim France, vicevoorzitter Lesa France Kennedy, Michael Jordan en team-eigenaren zoals Bob Jenkins en Denny Hamlin.
De juridische procedure richt zich op een conflict omtrent de wijziging van de inkomstenverdeling binnen de organisatie en de weigering van France om akkoord te gaan met nieuwe charter-overeenkomsten. Deze overeenkomsten garanderen dat elk geregistreerd team onder bepaalde voorwaarden deelneemt aan alle races en ontvangt daarvoor een vast bedrag.
De rol van Jim France en de onderhandelingen over de nieuwe modelovereenkomst
Volgens de advocaat van de twee teams die de rechtszaak gestart zijn, werd Jim France tijdens onderhandelingen geschetst als een onbuigzame ‘stijlmuur’. Het conflict ontstond nadat in september 2024 uitgepekte charter-overeenkomsten werden voorgelegd, waarbij slechts twee van de vijftien betrokken teams weigerden te tekenen.
Deze contracten hadden een looptijd van vijf jaar en waren bedoeld om de stabiliteit binnen de sport te vergroten, maar de organisaties zagen er niet alle wensen in terug. De onderhandelingen duurden meer dan twee jaar en werden gekenmerkt door weerstand van France.
Verloop van de onderhandelingen en interne communicatie
Gedurende de onderhandelingen werden interne communicatie en e-mails van NASCAR-managers openbaar gemaakt, waaruit bleek dat de frustratie onder de niet-French familieleden toenam. Een opvallende uitwisseling betrof een brief van Heather Gibbs, schoonzus van team-eigenaar Joe Gibbs, waarin ze France smeekte om permanente charters te verkrijgen.
Volgens getuigenissen van NASCAR-functionarissen zou France tijdens het lezen van deze brief hard zijn uitgescholden, al bleef hij volgens zijn eigen verklaring daarin tegenspreken.
Het permanente charter-systeem, geïntroduceerd in 2016, was bedoeld voor meer stabiliteit, maar de weerstand van France trok de onderhandelingen op de lange baan.
Financiële problemen en de belangen van de teams
De teams publiceerden dat het financieel overleven in de sport steeds moeilijker werd. Voor het komende seizoen werden de gegarandeerde inkomsten per team verhoogd van 9 miljoen naar 12,5 miljoen dollar. Eén race volledig voorbereiden kostte ongeveer 20 miljoen dollar, exclusief overhead en salarissen.
In het verleden meldde NASCAR dat zij verliezen leden bij bepaalde evenementen, zoals een verlies van 55 miljoen dollar voor de race in Chicago en 6 miljoen dollar in Mexico, evenwel maakten deze soms gebruik van strategische marketing en partnerschappen zoals met Amazon.
Frustraties van team-eigenaren en de technologische ontwikkelingen
Bob Jenkins uitte in de rechtszaak zijn ongenoegen over de huidige charter-overeenkomsten. Hij gaf aan dat de ondertekening van de chartercontracten uit 2016 geen goede basis was, terwijl de nieuwe overeenkomsten van 2024 volgens hem nog slechter waren.
Ook het nieuw geïntroduceerde Next Gen-auto, bedoeld als kostenbesparend, wordt als problematisch ervaren doordat de kosten nu bijna dubbel zo hoog liggen als oorspronkelijk gepland. Teams kunnen de auto niet zelf repareren en moeten onderdelen kopen via geselecteerde NASCAR-leveranciers.
Vertraging en procedurele kwesties
Rechter Kenneth Bell benadrukte de langzame voortgang van de zaak, die oorspronkelijk gepland was voor twee weken. Met het verzoek om getuigen zoals Roger Penske, die slechts op korte termijn beschikbaar is, kwam de zaak in een impasse. De rechter stelde dat het niet acceptabel was de rechtszaak uit te rekken tot drie weken, en drong aan op een snellere afhandeling.
De rechtszaak gaat verder met getuigenissen van onder meer Heather Gibbs en Michael Jordan, terwijl er voortdurende discussies zijn over de interne communicatie en de houding van France tijdens de onderhandelingen.



